Geen land ter wereld kent, zo blijkt uit onderzoeken, zoveel verschillende goede doelen én zoveel gulle gevers als Nederland. Een veelheid van instellingen op het terrein van humanitaire hulp en geneeskundig onderzoek is voor zijn werk in hoge mate daarvan afhankelijk. Zonder deze particuliere giften valt een aanzienlijk deel van hun financiële mogelijkheden weg.
Geld goed besteed?
Door een aantal incidenten, met name rondom de hoogte van salarissen van functionarissen bij enkele organisaties, rijst bij donateurs de vraag of hun geld wel goed wordt besteed. Het keurmerk voor goede doelen (Centraal Bureau Fondsenwerving) geeft slechts een indicatie, dat het totaal aan kosten niet meer dan een maximum-percentage van de inkomsten bedraagt.
Betrokken raken bij een goed doel.
In de praktijk zijn er verschillende wegen, waarlangs mensen betrokken raken bij een project, waar geprobeerd wordt mensen aan de rand van de samenleving zicht op een wat beter bestaan te geven. En ook kom je, als notaris, diverse manieren tegen, waarop ten behoeve van dergelijke projecten gelden worden ingezameld.
Twee voorbeelden:
De eerste situatie betreft een echtpaar, dat van verre reizen houdt en zo al veel van de wereld heeft gezien. Tijdens de laatste reis, naar India, raakte men diep onder de indruk van de armoede en onmacht, die daar heersen. Terug in Nederland besluiten ze geld in te zamelen voor het opzetten van een project op het terrein van de gezondheidszorg – en hun acties hebben succes. Al snel is er een flink bedrag ingezameld.
Het tweede geval gaat om een man uit Nederland, die jaren namens een kerk in Nicaragua heeft gewerkt. Inmiddels is hij met pensioen, maar hij heeft besloten daar te blijven wonen. Naast zijn gewone werk is hij betrokken geraakt bij een tehuis voor de opvang van verstandelijk gehandicapten kinderen. Inmiddels zijn de kinderen van het eerste uur volwassen geworden; er is voor hen echter geen andere plek dan dit tehuis.
Familie en vrienden van de man steunen het werk regelmatig met (soms aanzienlijke) bijdragen.
Fondsenwerving.
Met betrekking tot beide situaties komt, voor elk op een eigen manier, bij een afspraak op ons kantoor de fondsenwerving -min of meer terloops- ter sprake. En het blijkt, dat voor beide projecten de inzameling via een privé-bankrekening van de initiatiefnemer(s) gebeurt. Dat maakt het moeilijk uit te leggen, dat het geld uitsluitend aan een project met een ideëel doel wordt besteed. Daarom adviseer ik de betrokkenen de inzameling langs een andere weg aan te pakken. Door een nieuwe aanpak kan bovendien de “goede-doelenstatus” aan worden gevraagd bij de Belastingdienst; zo wordt het fiscaal aantrekkelijk(er) voor mensen om een schenking te doen.
Goede-doelenstatus.
Om deze “goede-doelenstatus” aan te vragen, moet een stichting of een vereniging worden opgericht. Elk van deze rechtspersonen moet voldoen aan een aantal voorwaarden, zoals: een duidelijk afgebakend doel, waaruit blijkt, dat de vereniging of stichting werkzaam is voor een algemeen belang en een bestuur, dat uit ten minste drie personen bestaat. Ook moet vastgelegd worden, dat bij een eventuele ontbinding van de rechtspersoon de gelden terecht komen bij het betreffende project of een soortgelijk goed doel.
Verantwoording en belastingvoordeel.
Door middel van, jaarlijks verplichte, rapportages aan de Belastingdienst zorgt het bestuur voor inzicht in haar (financiële) doen en laten. Bovendien wordt zodoende uitgesloten, dat privé-bezittingen en inkomsten voor het goede doel vermengd worden.
Op basis van de goede-doelenstatus zijn giften aan de stichting tot ongeveer € 4.250,- belastingvrij; via een testament kunnen bovendien sommen tot iets meer dan € 8.280,- belastingvrij aan een goed doel worden nagelaten (bedragen voor 2004). Boven deze bedragen geldt een tarief van 11%. Zo kan het voor mensen interessant zijn om bijvoorbeeld een legaat aan een dergelijke stichting of vereniging op te nemen in hun testament.
Bekendheid.
De twee stichtingen zijn inmiddels opgericht; het is allereerst al een stuk eenvoudiger om met de projecten naar buiten te treden. Ze kunnen bovendien worden opgenomen in de gebruikelijke landelijke gidsen én het is mogelijk een aanvraag te doen voor een keurmerk bij het CBF (zie ook hiervoor). Hiermee weet een gever in ieder geval, dat de kosten niet meer dan het vastgestelde maximum bedragen.
Alles met het oog op de mensen, die de hulp zo goed kunnen gebruiken.






